Elegie voor een vrouw overleden in het kraambed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man: Waarom drijf je weg als een boot midden in de rivier

 

die langzaam zinkt, met afgesneden meertouw.

 

Met bedekt gelaat steek je de rivier van de onderwereld over

 

 

 

Vrouw: Hoe zou ik niet kunnen wegdrijven?

 

Hoe zou mijn meertouw niet afgesneden kunnen zijn?

 

Toen ik mijn kind droeg, hoe gelukkig was ik dan niet,

 

Stralend, met mijn echtgenoot

 

Toen mijn weeën begonnen daalde een schaduw neer over mijn gelaat

 

Toen ik het leven schonk, bedekte een sluier mijn ogen

 

Ik bad tot Belet-ili met open handen

 

“Jij bent de moeder van al degenen die ter wereld brengen, laat mij het leven”

 

Toen ze mij hoorde, bedekte Belet-ili haar gelaat en antwoordde:

 

“Waarom bid je tot mij?”

 

Mijn man die van mij houdt, slaakte een kreet:

 

Verlaat mij niet, mijn lieve vrouw

 

 

 

Al die dagen die ik doorbracht met mijn man

 

Terwijl ik met mijn liefde leefde

 

Gleed de Dood tersluiks mijn kamer binnen

 

ze heeft mij uit mijn huis verbannen

 

Ze heeft mij van mijn geliefde gescheiden

 

En heeft mijn schreden gewend naar het land vanwaar ik nooit zal terugkeren...